* Huid: De buitenste laag van de hoofdhuid is de huid, die als fysieke barrière fungeert. Het bevat haarzakjes, zweetklieren en talgklieren die bijdragen aan de beschermende functie ervan.
* Haar: Haar helpt de hoofdhuid te beschermen tegen kleine schokken en zorgt voor enige isolatie.
* Onderhuids weefsel: Onder de huid bevindt zich een laag onderhuids weefsel, dat vet en bindweefsel bevat. Deze laag zorgt voor demping en isolatie.
* Galea aponeurotica: Dit is een taaie, vezelachtige laag weefsel die de frontalis- en occipitalis-spieren van de hoofdhuid verbindt. Het biedt een sterke beschermingslaag en helpt de krachten over de hoofdhuid te verdelen.
* Los bindweefsel: Deze laag ligt tussen de galea aponeurotica en het pericranium (het membraan dat de schedel bedekt). Het zorgt ervoor dat de hoofdhuid relatief vrij over de schedel kan bewegen.
* Schedel (cranium): De schedel is de primaire benige bescherming voor de hersenen en onderliggende structuren, inclusief de hoofdhuid.
Samenvattend is het dus een combinatie van huid, haar, onderhuids weefsel, de galea aponeurotica en uiteindelijk de schedel die samenwerken om de hoofdhuid tegen letsel te beschermen.