* Een servet of tissue: Voor blotten.
* Een wijnglas: Vooral rode wijn.
* De wang of kraag van een man: Na een kus.
* Een sigaret of het filter van een damp: Als ze rookt of dampt.
* Een rietje: Van een drankje.
* Een spiegel: Tijdens het aanbrengen van lippenstift.
* Haar tanden: Per ongeluk.
* Een stukje eten: Als je slordig eet.
* Eigenschappen van iemand anders: Als teken om eigendom te tonen.