Dit is waarom:
* Vaste stoffen een bepaalde vorm en volume hebben.
* Vloeistoffen hebben een bepaald volume maar nemen de vorm aan van hun container.
* Schuimen zijn een mengsel van een vloeistof en een gas, waarbij het gas in de vorm van bellen door de vloeistof wordt verspreid. Dit geeft scheerschuim zijn luchtige, bruisende textuur. De belletjes worden bij elkaar gehouden door een vloeistoffilm.
Scheerschuim is dus technisch gezien een colloïdale dispersie , specifiek een schuim.